Lees hier onze aantekeningen die horen bij de (video)podcast

Is Jezus God volgens het Marcus Evangelie? In de vorige aflevering hebben we kunnen ontdekken hoe Jezus zichzelf bekendmaakt via het verhaal van de verlamde man. Maar in Marcus 2 gaat Hij verder en bevestigt opnieuw wie Hij is, ditmaal door het beeld van een Joodse bruiloft te gebruiken, waarbij Hij zichzelf de bruidegom noemt. In deze aflevering behandelen we Marcus 2:18-22 om te ontdekken wat het betekent dat Jezus zichzelf bekendmaakt als de bruidegom.

In de vorige aflevering bespraken we het verhaal van de verlamde man, waarin Jezus door zijn woorden en daden zijn Goddelijkheid openbaart. Maar Jezus gaat nog verder en voegt in hetzelfde hoofdstuk nog een extra dimensie toe. Eerst lezen we hoe mensen aanstoot namen aan het feit dat Jezus aan tafel zat met tollenaars en zondaars. In reactie daarop presenteert Hij zichzelf als een dokter die gekomen is voor de zieken en om zondaars te roepen. Ook hierin zien we verwijzingen naar Gods openbaring in het Oude Testament. In deze aflevering willen we echter vooral stilstaan bij het volgende gedeelte:

Marcus 2

[18] De leerlingen van Johannes en de farizeeën hadden de gewoonte regelmatig te vasten. Er kwamen mensen naar Jezus toe, die Hem vroegen: ‘Waarom vasten de leerlingen van Johannes en de leerlingen van de farizeeën wel, maar uw leerlingen niet?’ [19] Jezus antwoordde: ‘Bruiloftsgasten kunnen toch niet vasten zolang de bruidegom bij hen is? Nee, zolang ze de bruidegom bij zich hebben, kunnen ze niet vasten. [20] Maar er komt een dag dat de bruidegom bij hen wordt weggehaald, en dan is het hun tijd om te vasten. [21] Niemand verstelt een oude mantel met een lap die nog niet gekrompen is, want dan trekt de nieuwe lap de oude stof kapot en wordt de scheur nog groter. [22] Niemand giet jonge wijn in oude leren zakken, want dan scheuren ze open en gaat de wijn verloren, net als de zakken zelf. Jonge wijn hoort in nieuwe zakken.’

De mensen die deze vraag stellen, zouden de leerlingen van Johannes kunnen zijn (zie daarvoor Matteüs 9:14). Zij beschouwen Jezus als een religieus leider, wat blijkt uit hun vraag waarom zijn discipelen niet vasten. Ze vragen Jezus specifiek naar het vasten, omdat ze Hem zien als iemand met geestelijk gezag. De vraag kan ook een zekere irritatie bevatten, aangezien het voorgaande gedeelte beschrijft hoe Jezus eet met Levi, de tollenaar. Dit zou hun ergernis nog verder vergroot kunnen hebben, vooral nu blijkt dat Jezus ook niet vast. Ook is het in het Marcus evangelie de eerste keer dat Jezus verwijst naar zijn lijden wat komen gaat. Het woord weggehaald betekent in deze bijbel vertaling betekent in de grondtaal letterlijk een gewelddadige manier van iemand wegnemen of een plotselinge verdwijning.

Het staat in ieder geval niet ter discussie of Jezus zichzelf als de bruidegom presenteert—dat maakt Hij juist overduidelijk zoals dat ook in andere teksten terugkomt. De focus in deze podcast ligt op de consequentie van deze uitspraak. In deze aflevering gaan we niet vers voor vers te werk, zoals in de vorige twee afleveringen, maar zoomen we in op deze centrale claim: dat Jezus de bruidegom is. Zowel Jezus als de schrijvers van de boeken in het Nieuwe Testament gebruiken regelmatig de metafoor van een Joodse bruiloft om iets duidelijk te maken aan hun toehoorders. Dit thema speelt een belangrijke rol in de Bijbel en daarom hebben we besloten er een hele aflevering aan te wijden. Door inzicht in deze gebruiken krijg je een diepere betekenis van veel van Jezus’ uitspraken. Maar laten we eerst kijken naar het Oude Testament, waar de metafoor van de Joodse bruiloft ook meerdere keren voorkomt, bijvoorbeeld in Jesaja 54.

Jesaja 54

[5] Want je maker neemt je tot vrouw, HEER van de hemelse machten is zijn naam. De Heilige van Israël zal je bevrijder zijn, men noemt Hem God van de hele aarde. [6] Je was een verlaten, wanhopige vrouw toen de HEER je terugriep. Kan iemand de vrouw van zijn jeugd verstoten? – zegt je God. [7] Ik heb je voor een ogenblik verlaten, maar vol mededogen neem Ik je weer bij me.

Wie is deze Maker, deze Bruidegom in Jesaja 54? De Heer van de hemelse machten is zijn naam. In de grondtekst, het Hebreeuws, staat hier het woord Jehova. En hoe wordt Hij genoemd? God van de hele aarde. In de grondtekst staat Elohim, de ware God van de hele aarde. De Bruidegom in Jesaja 54 is dus Jehova, Elohim. In Marcus 2 identificeert Jezus zichzelf eveneens als de Bruidegom. Maar er zijn nog meer parallellen tussen Jezus en Jesaja 54:

  • De Bruidegom in Jesaja 54 is de Maker. Jezus als de scheper, de maker, vinden we onder andere terug in Johannes 1:1-3, Kolossenzen 1:16-17 en Hebreeën 1:2. Jezus wordt in het Nieuwe Testament voorgesteld als de Schepper van alle dingen, dezelfde rol die Jesaja aan God toeschrijft als de “Maker.”
  • De Bruidegom in Jesaja 54 is de Echtgenoot. Jezus als de echtgenoot, vinden we onder andere terug in de gelezen tekst in Marcus 2. De bruidegom in Jesaja 54 is de echtgenoot van Israël. Net zoals Jesaja God beschrijft als de echtgenoot van Israël, wordt Jezus in het Nieuwe Testament herhaaldelijk voorgesteld als de Bruidegom van de Kerk. Hij openbaart daarmee Zijn liefde en trouw aan Zijn volk, net zoals God dat in het Oude Testament deed.
  • De Bruidegom in Jesaja 54 is de Bevrijder. Jezus als de bevrijder,/verlosser vinden we onder andere terug in Lukas 4:18-19 (citaat uit Jesaja 61:1-2) en Titus 2:14. Jezus wordt in het Nieuwe Testament duidelijk voorgesteld als de verlosser die het volk van God bevrijdt en herstelt.
  • De Bruidegom in Jesaja 54 roept de verlatene. Jezus als diegene die de verlatene roept vinden we onder andere terug in Lukas 19:10 en Matteüs 11:28. Zoals God Israël roept ondanks hun verlatenheid, roept Jezus degenen die gebroken en verloren zijn, hen uitnodigend in Zijn aanwezigheid.

Deze verwijzingen laten zien dat Jezus niet zomaar de titel ‘Bruidegom’ gebruikt, maar daarmee een diepere waarheid onthult: Hij is Jehova, de God die Zijn volk roept, bevrijdt en herstelt. Ook in Hosea komt de metafoor van de Joodse bruiloft terug:

Hosea 2

[18] Dan, op die dag – spreekt de HEER –, zul je Mij ‘mijn man’ noemen in plaats van ‘mijn Baäl’. [19] De namen van de Baäls zul je niet meer in de mond nemen, Ik laat ze uit je herinnering verdwijnen. [20] Op die dag sluit Ik ten gunste van mijn volk een verbond met de dieren van het veld, de vogels van de hemel en alles wat rondkruipt op het land. Ik zal in hun land boog en zwaard en ander oorlogstuig stukbreken, zodat ze in rust en vrede kunnen leven. [21] Ik zal je voorgoed tot mijn bruid maken. Ik zal je als bruid verwerven, in recht en gerechtigheid, in liefde en ontferming. [22] Mijn vrouw zul je zijn, want Ik beloof je trouw, en jij zult de HEER toegewijd zijn.

Wie is de Bruidegom die spreekt in Hosea 2? Dat wordt duidelijk in vers 18, waar staat: “De Heer.” Maar niet zomaar een Heer— in het Hebreeuws staat ook hier Jehova. Ook hier zien we een sterke parallel met Jezus, en naast dat Jezus zich zoals Jehova God ook identificeert als bruidegom willen we er nog één uitlichten: God belooft in Hosea 2 een nieuw verbond te sluiten, waarin vrede en gerechtigheid heersen. Wie vervult deze belofte in het Nieuwe Testament? Jezus! Zie bijvoorbeele de teksten uit Lucas 22:20- “Deze beker is het nieuwe verbond in Mijn bloed, dat voor u vergoten wordt.” en Hebreeën 8:6 – “Jezus is de middelaar van een beter verbond, gebaseerd op betere beloften.”). Het is dus overduidelijk dat Jehova, de Elohim, zichzelf identificeert als de Bruidegom—precies zoals Jezus dat in Marcus 2 en andere teksten ook doet.

We hebben ook nog een getuige, de vriend van de bruidegom in het Nieuwe Testament, Johannes de Doper, die Jezus als diezelfde God presenteert.

Johannes 3

[26] Ze gingen naar Johannes en zeiden tegen hem: ‘Rabbi, de man die bij u aan de overkant van de Jordaan was, over wie u een getuigenis afgelegd hebt, is aan het dopen en iedereen gaat naar Hem toe!’ [27] Johannes antwoordde: ‘Een mens kan alleen ontvangen wat hem door de hemel gegeven wordt. [28] Jullie kunnen van mij getuigen dat ik gezegd heb: “Ik ben de Messias niet, maar ik ben voor Hem uit gezonden.” 

In aflevering 1 hebben we hier uitgebreid bij stilgestaan: hoe Johannes de Doper Jezus en dus God aankondigde. Maar in het volgende vers introduceert Johannes Hem op een andere manier:

[29] De bruidegom krijgt de bruid; de vriend van de bruidegom staat te luisteren en is blij als hij de stem van de bruidegom hoort. Zo vergaat het ook mij: mijn vreugde is volkomen. [30] Hij moet groter worden en ik kleiner. [31] Hij die van boven komt staat boven allen, wie uit de aarde voortkomt is aards en spreekt de taal van de aarde. Hij die uit de hemel komt en boven allen staat, [32] getuigt van wat Hij gezien en gehoord heeft, en toch wordt zijn getuigenis door niemand aanvaard. 

Johannes de Doper beschrijft zichzelf hier als de vriend van de Bruidegom, die vervuld is van vreugde wanneer hij de stem van de Bruidegom hoort. Maar wat voor Bruidegom? Een die (ook al eerder beschreven in Johannes 3:13), vanuit de hemel naar de aarde is gekomen en boven iedereen staat—dezelfde God over wie hij eerder getuigde in Marcus 1. Ook hier zien we een prachtige verwijzing naar het Oude Testament, namelijk Spreuken 30:4. In dit vers gaat het over God, die alleen de macht heeft om vanuit de hemel naar de aarde te komen. Johannes getuigt hier dus over Jezus dat hij dezelfde dingen kan als de God uit Spreuken 30:4. De passage eindigt met een uitdagende vraag: “Noem zijn naam en de naam van zijn Zoon, als je die kent.” Het analyseren van deze tekst valt buiten het specifieke onderwerp van deze aflevering, maar we moedigen onze luisteraars en lezers aan om dit vers zelf grondig te bestuderen. Het bevat diepe lagen van betekenis die direct verband houden met de identiteit van Jezus.

In deze aflevering hebben we tot nu toe gezien dat Jezus dezelfde dingen kan, doet en zegt als Jehova God, de Elohim, uit het Oude Testament. Maar laten we ook even stilstaan bij waarom juist de metafoor van de Joodse bruiloft wordt gebruikt. De Joodse bruiloft is namelijk de perfecte metafoor om de relatie tussen God de Vader, God de Zoon (de Bruidegom) en de gelovigen uit te beelden.

Joodse bruiloft – de kennismaking

Het begint al bij de kennismaking, een essentieel moment in het Joodse huwelijksproces, dat ook een krachtige parallel vormt met Gods relatie met Zijn volk. Het was in de Joodse traditie vrij gebruikelijk dat de vader, of iemand die hij daarvoor had aangesteld, een bruid uitkoos voor zijn zoon. Denk daarbij aan Abraham en Isaak. Het kon overigens ook anders lopen, dat de zoon zijn oog zelf of een bruid liet vallen, denk aan Simson. Vervolgens werd er een eerste ontmoeting tussen het toekomstige bruidspaar georganiseerd, onder toeziend oog van anderen. Als er een wederzijdse klik was, volgde een tweede ontmoeting.

Bij deze tweede ontmoeting ging de zoon, samen met zijn vader, naar het huis van de bruid en haar familie. Daar klopte hij aan, en het was aan de bruid om de deur te openen. Ze had hierin een keuze—ze kon weigeren, want ze moest haar toekomstige echtgenoot zelf goedkeuren. Als ze de deur opendeed, volgde een gezamenlijke maaltijd met de familie. Tijdens deze ontmoeting werden niet alleen praktische zaken besproken, maar werd ook de verloving officieel gemaakt.

Openbaringen 3:20

[20] Ik sta voor de deur en klop aan. Als iemand mijn stem hoort en de deur opent, zal Ik binnenkomen, en we zullen samen eten, Ik met hem en hij met Mij.

God heeft ons al uitgekozen en klopt aan de deur van ons hart. Toch ligt de keuze bij ons: het is onze persoonlijke verantwoordelijkheid om de deur te openen en Zijn liefde te beantwoorden. Maar gebeurde het dan ook wel eens dat een bruid niet opendeed? Waarschijnlijk kwam dit in de praktijk zelden voor, maar we zien een treffend voorbeeld in Hooglied 5:1-6. In dit verhaal weigert de bruid de deur te openen voor haar bruidegom. Als teken van zijn oprechte liefde—maar ook van het verdriet dat zijn afwijzing met zich meebrengt—laat hij mirre achter op de deurklink. Mirre is een geurige, doordringende balsem, maar het heeft een bittere smaak. Dit symboliseert zowel de schoonheid als de pijn van liefde: diep, kostbaar en zuiver, maar ook kwetsbaar wanneer het niet wordt beantwoord.

Joodse bruiloft – de verloving (Kiddushin)

Huwelijkscontract

Tijdens of na de maaltijd met de familie werd er een huwelijkscontract gesloten, ook wel de “ketuba” genoemd. Dit was een formele verbintenis waarin alle afspraken werden vastgelegd. Een belangrijk onderdeel hiervan was de belofte van de bruidegom: hij zou op de dag van de bruiloft terugkomen om zijn bruid op te halen. Jezus heeft deze belofte meerdere keren gedaan door ons Zijn woord te geven dat Hij zal terugkomen om Zijn bruid, de gemeente, op te halen. En er zit nog een krachtig beeld in het sluiten van deze huwelijksverbintenis: vanaf dat moment werd de bruid al officieel erfgenaam van de bruidegom. Dit is een prachtig parallel met ons geloof, want wij zijn ook erfgenamen van Christus. Denk bijvoorbeeld aan Galaten 3, waar staat dat wie in Christus is, mede-erfgenaam is van de beloften van God.

Galaten 3

[9] En omdat u Christus toebehoort, bent u nakomelingen van Abraham, erfgenamen volgens de belofte.

Bruidsprijs

De bruidegom betaalde ook een bruidsprijs, “mohar”, aan de familie van de bruid als teken van zijn serieuze intenties. Deze betaling diende niet alleen om haar financiële zekerheid te waarborgen, maar benadrukte ook haar waarde binnen de gemeenschap. De hoogte van de bruidsprijs varieerde afhankelijk van de sociale status en rijkdom van beide families. Door deze betaling veranderde de status van de bruid. Hoewel ze nog een tijd bij haar familie bleef wonen, werd ze door de bruidsprijs al als apart gezet beschouwd—net zoals wij volgens het Nieuwe Testament apart gezet zijn, maar nog steeds in de wereld verblijven totdat Jezus ons komt halen.

Er was echter nog een ander belangrijk aspect: als de bruid een slavin was, moest ze eerst vrijgekocht worden. Dit beeld wordt nog krachtiger als je het in de context van het evangelie bekijkt. In Johannes 8:34 zegt Jezus: “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Ieder die de zonde doet, is een slaaf van de zonde.” Maar Hij vervolgt in vers 36: “Als dan de Zoon u vrijgemaakt heeft, zult u werkelijk vrij zijn.”. Net zoals een slaaf eerst moest worden vrijgekocht voordat ze een bruid kon worden, moesten wij worden verlost van de macht van de zonde voordat we deel kunnen uitmaken van de Bruid van Christus. Jezus betaalde die ultieme losprijs met Zijn eigen bloed.

Marcus 10

[45] want ook de Mensenzoon is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen en zijn leven te geven als losgeld voor velen.’

Dit geeft een diepere laag aan het beeld van de bruiloft: we zijn niet alleen apart gezet door Christus, maar ook bevrijd door Hem, zodat we als Zijn Bruid mogen leven in verwachting van Zijn komst.

Verbondsbeker

Als teken van de huwelijksovereenkomst dronken de bruid en de bruidegom samen wijn uit een beker, een symbool van hun wederzijdse toewijding. De bruidegom beloofde daarbij dat hij niet opnieuw uit die beker zou drinken totdat de bruiloft plaatsvond. Deze belofte weerspiegelt de woorden van Jezus tijdens het Laatste Avondmaal, waar Hij zei dat Hij niet meer van de vrucht van de wijnstok zou drinken totdat het Koninkrijk van God was gekomen.

Marcus 14

[24] Hij zei tegen hen: ‘Dit is mijn bloed, het bloed van het verbond, dat voor velen vergoten wordt. [25] Ik verzeker jullie: Ik zal niet meer van de vrucht van de wijnstok drinken, tot de dag dat Ik er opnieuw van zal drinken in het koninkrijk van God.’

Afscheid

Na deze plechtigheid vertrekt de bruidegom, maar niet voordat hij de bruid geschenken geeft. Deze geschenken herinneren haar voortdurend aan hem en bieden haar zekerheid tijdens de periode van wachten. Op dezelfde manier hebben wij een kostbaar geschenk ontvangen toen Jezus terugging naar Zijn Vader, namelijk de Heilige Geest. Dit goddelijke geschenk is onze garantie en troost, zoals ook uitgelegd in Romeinen 5, waar gesproken wordt over de liefde van God die in onze harten is uitgestort door de Heilige Geest, die ons gegeven is.

Romeinen 5

[5] Deze hoop zal niet worden beschaamd, omdat Gods liefde in ons hart is uitgegoten door de heilige Geest, die ons gegeven is.

Joodse bruiloft – tijd van voorbereiding

Bruidegom

Na de verloving keerde de bruidegom terug naar het huis van zijn vader om bij of in de buurt van het huis van zijn vader een woning voor zichzelf en zijn bruid te bouwen. Tegelijkertijd bereidde moest hij in het huis van zijn Vader ook de bruidskamer voorbereiden, ook wel de “Choepa” genoemd, waar het huwelijk voltrokken zou worden. Dit prachtige beeld weerspiegelt de woorden van Jezus in Johannes 14.

Johannes 14

[1] Wees niet ongerust, maar vertrouw op God en op Mij. [2] In het huis van mijn Vader zijn veel kamers; zou Ik anders gezegd hebben dat Ik een plaats voor jullie gereed zal maken? [3] Wanneer Ik een plaats voor jullie gereedgemaakt heb, kom Ik terug. Dan zal Ik jullie met me meenemen, en dan zullen jullie zijn waar Ik ben.

Net zoals de bruid vol verwachting leefde, wetende dat haar bruidegom haar zou ophalen zodra alles gereed was, zo mogen wij als de Bruid van Christus uitzien naar Zijn komst. Het was uiteindelijk de vader die bepaalde wanneer de bruidegom klaar was om te trouwen—wanneer het huis en de bruidskamer voltooid waren. Dit beeld sluit naadloos aan bij de woorden van Jezus in Marcus 13, een tekst die we in een latere aflevering dieper zullen uitwerken, maar die nu al prachtig past binnen de symboliek van de Joodse bruiloft.

Marcus 13

[2] Niemand weet wanneer die dag of dat moment zal aanbreken, de engelen in de hemel niet en de Zoon niet, alleen de Vader.

Bruid

Ook de bruid had een belangrijke taak. Naast het vol verwachting uitzien naar de komst van de bruidegom en het bewaren van haar reinheid, moest ze zichzelf gereed maken door de “Mikwa-rituelen”, een reinigingsceremonie waarbij ze zich met zuiver water waste als teken van toewijding en zuiverheid wat weer een prachtig beeld is van de doop. Ditzelfde reinigingsprincipe wordt genoemd in Efeziërs 5.

Efeziërs 5

[25] Mannen, heb uw vrouw lief, zoals Christus de kerk heeft liefgehad en zich voor haar heeft prijsgegeven [26] om haar te heiligen, haar te reinigen met het water en met woorden [27] en om haar in al haar luister bij zich te nemen, zodat ze zonder vlek of rimpel of iets dergelijks zal zijn, heilig en zuiver. [28] Zo moeten mannen hun vrouw liefhebben, als hun eigen lichaam.

Daarnaast moet de bruid haar bruiloftskleed gaan weven, die uiteraard smetteloos en schoon moet blijven. Want dat kleed mag de bruid dragen op de bruiloft.

Openbaringen 19

[7] Laten we blij zijn en jubelen, laten we Hem de eer geven! Want de bruiloft van het lam is gekomen en zijn bruid staat klaar. [8] Zij mag zich kleden in zuiver, stralend linnen.’ Want dit linnen staat voor al het goede dat gedaan is door de heiligen.

Joodse bruiloft – Bruidegom haalt de bruid op

Wanneer de vader bepaalt dat de bruidegom klaar is, breekt het langverwachte moment aan: de dag waarop de bruidegom zijn bruid komt halen. Omdat alleen de vader de dag kent, gebeurt dit voor andere vrij onverwacht. Met een feestelijke optocht gaat de bruidegom de bruid halen. Om zijn komst aan te kondigen, laat hij op een Sjofar (ramshoorn) blazen—een krachtig geluid dat al van ver te horen is. Zodra de bruid het geluid van de Sjofar hoort, haast ze zich haar bruidegom tegemoet. Dit is weer een mooi beeld vanuit 1 Tessalonicenzen 4.

1 Tessalonicenzen 4

[16] Wanneer het signaal gegeven wordt, de aartsengel zijn stem verheft en de bazuin van God weerklinkt, zal de Heer zelf uit de hemel neerdalen. Dan zullen eerst de doden die Christus toebehoren opstaan,

Joodse bruiloft – Bruiloft en het feest

En dan is het zover: de bruiloft breekt aan! Dit markeert het begin van een groots feest, dat meerdere dagen (meestal 7 dagen – het getal van de volheid) duurt en wordt bekroond met een overvloedig bruiloftsmaal. Eerder hebben we gelezen dat de bruidegom een bruidskamer, de “Choepa”, moest voorbereiden. Zodra hij met zijn bruid bij de Choepa arriveert, wordt hij feestelijk verwelkomd met de woorden: “Gezegend is hij die komt.” Deze woorden zijn weer een krachtige verwijzing naar Matteüs 23, waar Jezus dezelfde woorden gebruikt! Hiermee valt de betekenis van deze uitspraak direct op zijn plaats, want net zoals de bruidegom werd begroet bij zijn aankomst, zal ook Christus pas worden erkend door Israël en de wereld wanneer Hij terugkomt als de hemelse Bruidegom.

Matteüs 23

[39] Ik verzeker jullie: vanaf nu zullen jullie Mij niet meer zien, totdat je zult zeggen: “Gezegend Hij die komt in de naam van de Heer!”’

De metafoor van de Joodse bruiloft is niet zomaar willekeurig gekozen—het is een profetisch beeld van de grote bruiloft van het Lam! De Joodse bruiloft is de perfecte vergelijking om de relatie tussen God als vader, God als Zoon en Bruidegom, God de Heilige Geest en de gelovigen als bruid uit te beelden