Lees hier onze aantekeningen die horen bij de (video)podcast

Is Jezus God volgens het Marcus Evangelie? In de vorige aflevering hebben we gelezen dat het Marcus Evangelie gelijk begint met de positie van Jezus. Johannes de Doper is de boodschapper die de God van het Oude Testament bekend moest maken: Jezus. In deze aflevering behandelen we Marcus 2:5-12 om te ontdekken hoe Jezus zichzelf bekendmaakt aan de hand van het verhaal van de verlamde man.

Voordat we de daadwerkelijke tekst lezen vanaf vers 5, schetsen we eerst de context van wat er vooraf gebeurde. Jezus is thuis, en er komen zoveel mensen dat er voor de deur geen plek meer is. Een verlamde man wil graag bij Jezus komen en wordt door zijn vrienden gedragen. Door de drukte kunnen ze echter niet naar binnen. Daarom maken de vrienden een gat in het dak en laten de verlamde man op zijn bed naar beneden zakken, precies voor Jezus. Wat er daarna gebeurt, lezen we vanaf vers 5.

Marcus 2:5

[5] Toen Jezus hun geloof zag, zei Hij tegen de verlamde: ‘Mijn kind, uw zonden zijn u vergeven.’

 ‘Mijn kind, uw zonden zijn u vergeven”. Wat doet Jezus hier? Hij vergeeft de zonden van deze man en dat doet hij ook nog eens op eigen titel. Als Jezus slechts een mens zou zijn, een profeet wat moslims geloven, dan is het echt absurd wat Hij hier doet! Als Christenen geloven we dat alleen God zonden kan vergeven. Interessant genoeg zijn Moslims en Christenen het op dit punt eens. In de Koran, Soera 3:135, staat namelijk: “En wie anders dan God kan zonden vergeven”. Dat Jezus’ uitspraak ook door de ooggetuigen als schokkend werd ervaren, lezen we in de verzen 6 en 7.

Marcus 2:6-7

[6] Er zaten ook een paar Schriftgeleerden tussen de mensen, en die dachten bij zichzelf: [7] Hoe durft Hij dat te zeggen? Hij slaat godslasterlijke taal uit! Wie kan zonden vergeven dan God alleen?

De Schriftgeleerden kregen kortsluiting in hun hoofd, hoe kan de mens Jezus zonden vergeven? Dat kan alleen God weten we vanuit het Oude Testament, dat lezen we bijvoorbeeld in het Bijbelboek Exodus.

Exodus 34:6-7

[6] De HEER ging voor hem langs en riep uit: ‘De HEER! De HEER! Een God die liefdevol is en genadig, geduldig, trouw en waarachtig, [7] die trouw blijft tot in het duizendste geslacht, die schuld, misdaad en zonde vergeeft maar niet alles ongestraft laat, en die voor de zonde van de ouders de kinderen en kleinkinderen ter verantwoording roept, tot in het derde en vierde geslacht.’

De tekst benadrukt direct over wie het gaat door drie keer “De Heer” te noemen. Niet zomaar een Heer, in het Hebreeuws staat hier letterlijk “Jehova”, oftewel onze God. Hiermee wordt duidelijk dat alleen de ware God, Jehova, in staat is om schuld, misdaad en zonden van mensen te vergeven. Maar de Schriftgeleerden kennen ook de tekst uit Jesaja, waar God zelf aan het woord is als Hij benadrukt dat Hij het is die zonden vergeeft.

Jesaja 43:25

[25] Ik, Ik ben het die omwille van zichzelf je misdaden tenietdoet en aan je zonden niet meer denkt.

Jezus’ uitspraak waarmee Hij dezelfde autoriteit claimde als de God van het Oude Testament vormde dus een groot probleem, want volgens de teksten in het Oude Testament is het alleen God die zonden kan vergeven. De gedachten van de Schriftgeleerden zijn dus helemaal niet zo vreemd gezien in dit licht, tenzij… Jezus de claim hier indirect doet dat Hij God is.

Kritische lezers zouden kunnen opmerken dat de discipelen in Johannes 20 ook de macht krijgen om zonden te vergeven. Dat is juist, maar zij ontvangen deze macht van Jezus door de tussenkomst van de Heilige Geest. Dit betekent dat hun bevoegdheid van Jezus komt en ze het niet op eigen kracht kunnen. Het verschil met de situatie hier is duidelijk: Jezus vergeeft de zonden van de man op eigen kracht en autoriteit, zonder tussenkomst van iets of iemand anders.

Samenvattend kunnen we dus concluderen dat Jezus de zonden vergeeft van de verlamde man. Uit het Oude Testament en de reactie van de Schriftgeleerden blijkt duidelijk dat alleen God zonden kan vergeven. Door dit te doen, maakt Jezus een opvallende claim: Hij presenteert zichzelf als de Jehova God uit het Oude Testament. Als we verder gaan bij Marcus 2:8, staat ons in een korte tekst een storm van gebeurtenissen te wachten waarbij de Godheid van Jezus zich hier op een nog spectaculairdere manier ontvouwt.

Marcus 2:8-12

[8] Jezus wist meteen wat ze dachten en dus zei Hij: ‘Waarom denkt u zoiets? [9] Wat is gemakkelijker, tegen een verlamde zeggen: “Uw zonden zijn u vergeven” of: “Sta op, pak uw mat en loop”? [10] Ik zal u laten zien dat de Mensenzoon volmacht heeft om op aarde zonden te vergeven.’ Toen zei Hij tegen de verlamde: [11] ‘Ik zeg u, sta op, pak uw mat en ga naar huis.’ [12] Meteen stond hij op, pakte zijn mat en ging weg. Alle mensen zagen het; ze stonden versteld en loofden God. ‘Zoiets hebben we nog nooit gezien,’ zeiden ze

Jezus laat ons zien dat Hij weet wat er omgaat in de harten van de Schriftgeleerden, zonder dat ze deze gedachten hadden gedeeld. Er staat namelijk dat het slechts de gedachten waren van de Schriftgeleerden maar ze deze niet hadden uitgesproken (lees vers 6-7 terug). In de grondtekst wordt dit nog sterker benadrukt met de woorden: “Jezus in de Geest zag wat ze dachten in hun hart”. Dit benadrukt dat Jezus niet alleen menselijke eigenschappen heeft, maar ook goddelijke kennis en inzicht bezit. Het onderscheid tussen Jezus’ Godheid en Jezus’ mensheid komen we in een latere aflevering nog uitgebreid op terug, maar waarom is het voor deze tekst belangrijk om te weten dat “Jezus, in de Geest, zag wat ze dachten in hun hart”? Dat lezen we in de volgende tekst waar het Salomo is die tot God spreekt.

1 Koningen 8:39

[39] luister dan vanuit de hemel, uw woonplaats, en vergeef hem. Grijp in en geef hem wat hem toekomt, want U weet wat er in hem omgaat. U alleen immers kunt de mens doorgronden.

Volgens Salomo kan alleen God diepgaand inzicht hebben in de gedachten van mensen. Dit onderstreept dat het kennen van iemands diepste gedachten een unieke eigenschap van God is. In het Bijbelboek Psalmen lezen we daar ook over.

Psalm 44:22

[22] zou God dit niet hebben ontdekt? Hij kent de geheimen van ons hart.

Wat weet God? De geheimen van ons hart! God is de enige die ons hart kan doorgronden en weet wat er in ons om gaat. Wanneer Jezus de gedachten van de Schriftgeleerden kent, laat Hij daarmee zien dat Hij diezelfde Goddelijke eigenschap bezit.

Jezus vergeeft dus zonden, wat alleen God kan. Jezus weet wat er in het hart van de Schriftgeleerden omgaat, wat ook alleen God kan. Vervolgens stelt hij de Schriftgeleerden de vraag: “Wat is makkelijker te zeggen tegen iemand uw zonden zijn u vergeven of sta op en wandel?” Jezus wacht het antwoord niet eens af en zegt direct dat Hij zal laten zien vanuit welke autoriteit Hij zonden vergeeft en mensen geneest, waarop Hij direct de verlamde man geneest.

Iedereen kan zeggen dat iemands zonden zijn vergeven, maar dat is moeilijk te controleren omdat het onzichtbaar is en niet te verifiëren valt. Jezus doet hier echter iets opmerkelijks: Hij verricht een zichtbaar wonder dat niet te negeren is—een verlamde man staat op en loopt. Hiermee bewijst Jezus dat Hij macht heeft over het onzichtbare en daadwerkelijk de autoriteit bezit om zonden te vergeven. Het zichtbare genezingswonder dient als bewijs voor Zijn onzichtbare kracht en Goddelijke autoriteit.

Vanuit het verhaal van de verlamde man kunnen we concluderen dat Jezus zowel de macht heeft om zonden te vergeven en dat Jezus de macht heeft om direct te genezen. En dit gaat verder dan alleen genezingen; uit andere Bijbelteksten weten we dat Hij zelfs doden opwekt tot leven. In Marcus 10 lezen we bovendien dat Jezus zichzelf geeft als losgeld voor velen, zodat ze gered worden en daardoor het eeuwige leven ontvangen. Dit alles komt ook weer mooi samen in Psalm 103.

Psalm 103:1-2

[1] Prijs de HEER, mijn ziel, prijs, mijn hart, zijn heilige naam. [2] Prijs de HEER, mijn ziel, vergeet niet één van zijn weldaden.

Het woord “Heer” is ook hier weer vertaalt vanuit het Hebreeuwse woord Jehova. We moeten dus geen creatie prijen, maar Jehova God zelf. Waarvoor? Hiervoor!

Psalm 103-3-4

[3] Hij vergeeft u alle schuld, Hij geneest al uw kwalen, [4] Hij redt uw leven van het graf, Hij kroont u met trouw en liefde…

Als je niet zou weten dat dit een tekst is uit het Oude Testament, zou het zo in het Marcus Evangelie kunnen staan, want Jezus doet in Marcus 2 hetzelfde als Jehova God. Waar we in de vorige aflevering zagen dat Jezus door anderen werd aangekondigd als de God van het Oude Testament, zien we in Marcus 2 dat Jezus zelf, door Zijn uitspraken en daden, Zijn Godheid aantoont.